Direct naar content
IBS Capital Allies, logo, ga naar home
Categorie: Blogs Gepubliceerd op 02-06-2026

Help! Mijn kind zet het familiebedrijf voort

Hoe die ene vraag aan tafel alles veranderde.

Ik kom de kamer binnen en de lege stoel tussen vader en dochter staart me aan. Het valt me direct op. Ellen zit een beetje verder bij haar vader vandaan dan nodig is. Alsof ze onbewust afstand van hem neemt.

Het gaat vandaag over haar. Ze klampt zich vast aan haar kopje koffie en luistert stil naar het gesprek dat ik met haar vader heb. Ik ken Paul al een hele tijd. Onze gezamenlijke liefde voor auto’s is de start van veel van onze gesprekken. Ik geniet van zijn glunderende gezicht als hij over een nieuwe aankoop vertelt.

Vandaag gaat het niet over auto’s, paardenkrachten of mooie lijnen. Paul komt zijn dochter voorstellen. Hij is trots, dat zie ik aan de manier waarop hij naar haar kijkt. Ik heb al veel verhalen over haar gehoord en vandaag zien we elkaar voor het eerst. Ellen gaat het bedrijf overnemen. Een bedrijf dat draait om techniek, waar alleen maar mannen werken. Stoer vind ik het. Ze is begin twintig en neemt een miljoenenbedrijf over waar de geur van metaal en lasdampen meteen in je kleding gaat zitten. Zo jong en dan al de verantwoordelijkheid willen dragen; ik heb er respect voor.

Tot nu toe mengt Ellen zich niet in het gesprek. Paul vertelt hoe hij de financiering voor zich ziet. Ik schrijf druk mee voor mijn collega’s die dat deel oppakken. We bespreken ook hoe zijn inkomen eruit gaat zien, dat uit de overnamesom moet komen. Daar zit mijn werk. Toch gaat het me allemaal iets te snel. Want ook al zijn dit belangrijke zaken om te bespreken, één ding is me niet helemaal helder en tot nu toe niet benoemd.  

Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vraag: “Hebben jullie dit als familie met elkaar besproken?” Ik glimlach naar Paul. Hij lacht. Ik ook. Maar ik meen het serieus. Ik herhaal de vraag en richt me dit keer tot Ellen. “Wat vinden je broers ervan dat je het familiebedrijf gaat overnemen?” Dit is het moment waarop Ellen, die al een tijdje zit te schuiven op haar stoel, zich in het gesprek mengt. “Hoe bedoel je? Die hebben toch een ander pad gekozen?” Dan iets scherper, terwijl ze haar vader aankijkt: “En ík heb toch aangegeven dat ik het wil overnemen?”.

Ik glimlach in mezelf. Mooi, de dynamiek van het familiebedrijf. Nu weet ik wat mijn taak is. Het is niet mijn bedoeling om iets uit te lokken. Ik ben oprecht benieuwd of dit besproken is. Helaas zie en hoor ik te vaak dat dit niet gebeurt en tot grote ruzies leidt binnen een familie. Los van de financiële ellende. Daar zijn deze mensen me veel te dierbaar voor.

Ik vraag voor de derde keer of ze het er wel eens over hebben. Thuis aan de keukentafel. En wat vindt jouw moeder hiervan? “Die vindt het doodeng”, grinnikt ze vol zelfvertrouwen. Aha, denk ik. Blijkbaar vindt ze er wel iets van. Ik zie in de blik van Ellen dat het haar meer doet dan ze nu laat merken. Paul fronst en geeft sussend aan dat het misschien een goed idee is om toch een keer met zijn allen om tafel te gaan.

Ze is de jongste van drie. Haar broers kozen andere wegen: de één werd architect, de ander ging de IT in. Mooie levens, eigen paden. En zij? Zij sjouwde als tiener al ordners de trap op. Zij zat op zaterdagochtend naast haar vader offertes te maken en bouwtekeningen te beoordelen, terwijl haar vriendinnen naar de stad gingen. Ze stak niet alleen haar vinger op, maar haar hele hand. Haar beide armen. Haar hele ziel en zaligheid. En dat is hier precies het probleem. In haar hoofd en hart is het allang beslist. In het gezin is het alleen nooit uitgesproken.

Natuurlijk is het belangrijk om in een familiebedrijf te spreken over cijfers, strategie of marktpositie, maar hier is nog een ander gesprek nodig. Over opvolging. Hoe gaan we dat regelen? Wat schrijven we op? Maar meer nog: hoe houden we die afspraken, levend en handelen we er dagelijks naar? Het is een gesprek over onuitgesproken zaken, dat je te lang uitstelt, omdat het dichtbij komt.

Ellen wil het bedrijf niet overnemen als vanzelfsprekendheid. Ze wil het voortzetten, bewust, gedragen, gesteund door haar familie. Door haar vader. Door haar moeder. Door haar broers. Ze wil niet de dochter zijn die het bedrijf krijgt, omdat niemand anders het wil. Ze wil de dochter zijn die het bedrijf overneemt, omdat iedereen het erover eens is.

Ik adviseer het gezin om een familiestatuut op te stellen met behulp van een professional. Niet als juridisch harnas, maar als kompas. Een document waarin je als familie vastlegt wat je belangrijk vindt. Wie welke rol heeft en wat er gebeurt als het tegenzit. Wat als de familie een andere koers wenst? Wat als een familielid zich structureel niet aan de afspraken houdt? En misschien wel het allerbelangrijkste: hoe blijf je met elkaar in gesprek als het ingewikkeld wordt?

Ik voel me betrokken en ik vind het zó mooi dat ik deze gesprekken met mijn klanten mag voeren. Het is mijn drijfveer om te helpen, zelf óf met hulp van ons netwerk.

Dit noemt men weleens de ‘softe’ kant bij overnames. Ik vind die term onlogisch. Sterker nog: ik vind hem onjuist. Want hier begint het. Niet bij de balans, niet bij de fiscale structuur, niet bij de waardering. Maar bij een simpele vraag: waarom ben je eigenlijk een familiebedrijf?

Ik stel die vraag vaak. Soms maak ik het bewust speels. Dan zeg ik: “Stel dat ik het bedrijf vandaag van je koop. Twintig miljoen euro. Morgen op je rekening. Zou je het aan mij verkopen?” Het antwoord is telkens verschillend, maar leidt altijd tot een goed gesprek en maakt duidelijk welke zaken geregeld moeten worden.

En als die vragen niet gesteld worden? Als ze onbeantwoord blijven? Dan wordt die zogenaamde softe kant keihard. Dan zitten er straks advocaten aan tafel in plaats van familieleden. Dan gaat het niet meer over waarden, maar over waardering. Niet meer over vertrouwen, maar over voorwaarden.

Hoe stoer Ellen ook is, ze zoekt houvast en tegelijk probeert ze stiekem al een beetje los te komen van haar ouders. Eigenlijk spreekt die lege stoel tussen hen in boekdelen.