Een belegger lijdt ’t meest door de bubbel die hij vreest
Al jaren stelt het journaille dezelfde vraag: is AI nou een bubbel of niet? Sommige stuurlui aan wal hebben zelfs een verdienmodel gemaakt van scepticisme, terwijl ze rijker waren geworden van wat chipaandelen en een hangmat. De waarde van een voorspelling is aan inflatie onderhevig als je geen einddatum en specifieke gebeurtenis noemt.
Ondertussen blijven de uitgaven van de grote techbedrijven maar groeien en groeien. Van geheugenchips tot gasturbines, van transformatorhuisjes tot thermische platen: ze vliegen over tafel als water in de woestijn. Zo’n datacenter moet wel gevuld worden.
Eigenlijk zou de bubbelvraag dus andersom moeten worden gesteld. Waarom was het de afgelopen jaren zo duidelijk dat datacenters héél veel bedrijven rijk zouden gaan maken, terwijl we die bedrijven niet allemaal kochten?
Schaam je, beleggers. Zo ben je er altijd te laat bij. Joh, maak nog een vergelijking met de vermeende treinspoorbubbel uit de 19e eeuw. Haal dat glasvezel van eind jaren ’90 er maar bij. Maar constateer daarna vooral dat er nog helemaal niet kan worden voldaan aan de vraag naar AI-agents, rekenkracht en chips, terwijl je nú al siddert en beeft voor overcapaciteit.
Vandaag bespreken we de bijzondere positie van beleggers die dit alles gadeslaan. Hoe bekijk je de toekomst van AI-uitgaven als rationele belegger? Wat gebeurt er als die eindeloos stijgende capex van de grote techbedrijven een keer afvlakt? Hoe bezien Reinder & Johannes de businessmodellen van de bedrijven die daadwerkelijk elektriciteit, kabels, transformatorhuisjes, koeling en gasturbines leveren aan deze rap groeiende infrastructuur? En… wat vinden we nou eigenlijk van bubbelvrees?
Veel luisterplezier!