Opkomende markten: het verschil tussen rendement en economische groei
Het lijkt zo’n simpel idee: beleggen in economieën die niet Amerikaans of Europees zijn. Wie in de kelder de lift pakt naar de bovenste etage, stijgt meer verdiepingen dan degene die pas op de derde verdieping instapt. Hop! Op naar de Aziatische tijgers, zoals je ze noemde in de jaren ’90 van de vorige eeuw.
Maar zo simpel is het niet. De economie van China groeide, als je netjes rekent met koopkrachtpariteit, bijna 4000 procent sinds 1990. Maar je aandelen in China zouden het beduidend minder goed hebben gedaan dan de S&P 500, als je überhaupt al de sterke maag had gehad om te blijven zitten in de ultravolatiele Chinese aandelen.
Nee, dan Zuid-Korea. De best presterende index van vorig jaar én dit jaar tot nu toe! Of neem Taiwan: een ‘opkomende markt’ die met TSMC het fundament vormt van alle hyperontwikkelde techbedrijven. Op zijn beurt wordt de hele index voor opkomende markten van MSCI voor meer dan 40 procent gevuld door Taiwan en Zuid-Korea.
Huh? Waar zijn China, Brazilië, India en Afrika dan? En daar houden de tegenstellingen niet op: wie in Seoul geweest is, of Samsung en SK Hynix een beetje kent, vraagt zich af waarom Zuid-Korea überhaupt een ‘opkomende markt’ zou zijn.
Dat hele verschil tussen opkomend en ontwikkeld is dus niet bepaald helder, laat staan het verschil tussen opkomend en… opkomend.
We bespreken wat deze tegenstrijdigheden betekenen voor beleggers, waarom Taiwan veel meer gewicht heeft in de index voor opkomende markten dan China (?!) en waar de pionierende schatzoeker op moet letten om zeker te weten dat je je buitenlandse waarde ook écht terug gaat zien in je portefeuille.
Veel luisterplezier!