Korting maakt geen betere belegging
IBS Beursverhalen
Bij Beursverhalen laten we weinig kansen onbenut om Europa te plagen. Met een beleggersbril op is dat niet zo moeilijk. Maar het geeft een mens wel een zekere verantwoordelijkheid om soms even in de modder te stappen waar men naar wijst.
Deze week biedt de uitgelezen kans. Er is namelijk altijd een cijferseizoen. Als het niet aan de gang is, blik je erop vooruit of blik je erop terug. En de cijfers over het tweede kwartaal zijn nu wel binnen: de bedrijfswinsten van de Europese Stoxx 600 stegen met 22 procent, na een stijging van 12 in het eerste kwartaal.
Dat verschijnt dan in de media als een soort bijzondere overwinning. ‘Het grootste winstmomentum in jaren’, liet een analist zich ontvallen in het FD. Ach. Laat onverlet dat de andere continenten het ook heel aardig deden, waarbij die mafketels aan de overkant van de plas ‘ons’ weer het nakijken gaven met hun S&P 500.
Misschien is de meest schokkende constatering nog wel dat de Stoxx 600 zijn omzet voor meer dan de helft buiten Europa behaalt, althans volgens de eigenaar van de index. Dat betekent namelijk dat de bedrijfswinsten minder zeggen over de Europese economie dan je zou willen. Dit terwijl de S&P 500 slechts 30 procent van zijn omzet buiten de VS behaalt.
En die korting dan? Lagere waarderingen voor bedrijven, biedt dat geen kans? Nou, laat het maar aan Reinder over om daar gehakt van te maken.
Maar we wonen hier wel. En schieten zonder oplossingen te noemen is natuurlijk net zo goedkoop als de bedrijven hier.
Vandaag dus een iets overkoepelende, doch financieel gegronde aflevering van Beursverhalen. We bespreken de meest genoemde argumenten om Europees te beleggen, de zin en onzin van (lage) waarderingen, wat de locatie van een beursnotering überhaupt nog uitmaakt, en wat nou eigenlijk de reden én oplossing is voor het feit dat Europa nauwelijks voorkomt in de top 25 van de grootste bedrijven op aarde.
Veel luisterplezier!