Wat geen enkele vermogensbeheerder jou kan leren over rijkdom
Ik zit in de keuken van zijn gigantische villa. Ik glimlach, want ik realiseer me dat ik nooit verder kom dan de keuken. Daar hebben we al heel wat gesprekken gevoerd samen. Vaak financieel, over structuren en beleggingen. Soms lachend dat hij het met zijn eigen beleggingsportefeuille een heel stuk beter doet dan wij. Vandaag is ons gesprek anders.
Peter is een succesvol ondernemer. Hij heeft vastgoed, veel vastgoed. Terwijl hij koffie maakt, komt zijn zoon Thomas binnenwandelen. Hij stelt zich voor, zegt me gedag en vertrekt dan naar de universiteit. Het gezin telt drie kinderen, twee dochters en een zoon. Zo lovend als hij is over zijn dochters, zo anders spreekt hij over Thomas. Hij zet de koffie voor me neer op tafel en maakt een opmerking over hem, zijn ergernis is voelbaar.
Zoonlief maakt meer geld op dan hij verdient met zijn bijbaan. En hij studeert veel te weinig. Hij gooit overal met de pet naar volgens pa. Peter kijkt me hulpeloos aan terwijl hij zijn verhaal vervolgt. Als bezorgde vader betekent dit dat ze wekelijks woorden hebben met elkaar. Over werkelijk alles. Over het niet gehaalde tentamen, over het niet opruimen van zijn kamer, over dronken thuiskomen, over te veel geld uitgeven, en zo gaat hij nog even door. Het is duidelijk dat hij niet tevreden is.
Dan komt zijn echte zorg naar boven. Hij is bang dat zoonlief nooit meer iets gaat uitvoeren zodra hij weet hoeveel geld er is. Ik krijg nog een kop koffie. “Wat moet ik daar nu toch mee?”, vraagt hij me. Zijn handen in de lucht als teken dat hij geen idee meer heeft. Ik heb niet direct een antwoord. Ja, ik hoor het wel vaker. Zonen worden sneller als het zogenaamde probleem gezien dan dochters. Toch komen ze vreemd genoeg bijna altijd goed terecht.
Mijn gedachten zijn bij Thomas, en terwijl ik bedenk hoe ik hem kan helpen, switcht Peter al van onderwerp. Hij is bezig met een nieuw vastgoedproject, een beoogde investering van zo’n tien miljoen euro. Ineens zeg ik: “Is dat niet iets voor Thomas om te begeleiden, in plaats van zijn bijbaan? Hij studeert toch Bouwkunde?” Peter kijkt me aan alsof ik net mijn verstand verloren ben en stelt me lachend ook die vraag. Hij vertelde een paar minuten geleden toch dat hij gisteren met zijn zoon een discussie had over 100 euro? Thomas had zelf maar 50 euro, terwijl hij 150 euro nodig had voor een brommeruitlaat. Ik leg hem uit dat 100 euro toch écht iets anders is dan de verantwoordelijkheid dragen voor tien miljoen euro. Dat geldt ook voor Thomas.
Ik denk aan mijn eigen vader. Mijn grootste voorbeeld. Ik had die discussies ook met hem. En hij bedoelde het altijd goed. Ik zag het alleen anders, als puber. Stef Bos zingt erover in het prachtige nummer ‘Papa’, waarvan de tekst voor veel mannen herkenbaar is zodra ze zelf vader worden. Ik heb het gevoel dat zijn zoon het vertrouwen mist van zijn vader. Hij hoort alleen wat hij niet kan en wat hij verkeerd doet; hij krijgt eigenlijk nooit een compliment.
We praten samen verder over mijn brainwave, die ik er iets sneller uitfloepte dan bedoeld. Maar al pratende kom je vaak tot een oplossing. Ik stel voor om zijn zoon als projectleider aan te stellen, onder supervisie van pa. Als ik Thomas was, zou ik dat ontzettend gaaf vinden én een mooie uitdaging. Ik heb het gevoel dat hij juist dát nodig heeft. Senior lijkt nog niet helemaal overtuigd van mijn krankzinnige idee. Hij zegt het niet, maar zo kijkt hij wel. Ik lach, omdat dit idee duidelijk een brug te ver is. Peter dacht dat hij even ongegeneerd tegen me aan kon klagen over zijn zoon, maar rekende daarbij niet op een mogelijke oplossing. Hoe gek die nu ook klinkt. Daar zitten we dan. Hij neemt een lange pauze en zegt: “Ik ga erover nadenken.” “Ik ook”, zeg ik.
Een tijdje later belt hij me op om te vertellen dat hij nog lang met ons gesprek in zijn hoofd heeft gezeten. Én dat hij het een kans gegeven heeft. Hoe mooi is dat, denk ik bij mezelf. Hij is over zijn eigen schaduw heen gestapt. Hij bedankt me, want door dat gekke idee van mij heeft hij diepgaande gesprekken met zijn zoon. Hij krijgt vragen over het project waarover hij zelf al lang geen vragen meer stelt. Zoonlief blijkt soms scherper te zijn dan pa.
Ik vertrok na dat gesprek met een mooie financieringsvraag op zak. Maar wat me het meest bijbleef, is iets anders: dat een vader soms niet méér hoeft te geven, maar anders mag leren kijken. En dat een zoon niet lui of onverschillig is, maar wacht op vertrouwen. Misschien zit echte rijkdom uiteindelijk niet in wat je opbouwt, maar in wat je weet door te geven aan de volgende generatie.